Bijwerkingen

Zie ook bijsluiter

MOGELIJKE BIJWERKINGEN

  • Zoals alle geneesmiddelen kan Roaccutane bijwerkingen veroorzaken. De bijwerkingen van Roaccutane hangen nauw samen met de dosering. Naarmate de dosering per dag hoger is, neemt de kans op bijwerkingen bij u toe. Bij een juiste dosering zijn de bijwerkingen in het algemeen aanvaardbaar, vooral gezien de ernst van uw aandoening. Omdat Roaccutane is afgeleid van vitamine A lijken de meest voorkomende bijwerkingen op de dezelfde verschijnselen die voorkomen bij iemand die teveel vitamine A gebruikt. Deze verschijnselen zijn:
    • droogheid van de huid
    • droge lippen. Droge lippen kunnen worden behandeld met een vette lippenzalf
    • droge slijmvliezen van de neus en de keel waardoor neusbloeding en heesheid kan optreden
    • droge ogen waardoor ontsteking van het bindweefselvlies van het oog kan optreden en andere oogklachten kunnen optreden. Droge ogen kunen behandeld worden met een milde oogzalf. Soms is het dragen van contactlenzen niet mogelijk.
  • Als deze verschijnselen niet al te hinderlijk zijn, kunt u rustig met de behandeling met Roaccutane doorgaan. Als ze wel hinderlijk zijn, moet u contact met uw dokter opnemen. Als u last hebt van droge ogen is het beter om altijd contact met uw dokter op te nemen om enstiger oogklachten te vermijden.


Andere bijwerkingen die kunnen voorkomen:

Huid

  • Huiduitslag (exantheem), huidontsteking in het gezicht, jeuk, zweten, zwelling bestaande uit verwijde kleine bloedvaten in de huid (granuloma pyogenicum), nagelomloop, gestoorde nagelgroei, bindweefselvorming op de acneplekken, hardnekkige gevallen van dunner wordend haar, ontstekingsreacties op de rug en romp (acne fulminans), overmatige pigmentvorming, abnormale beharing (hirsutisme), overgevoeligheid voor (zon)licht (fotosensibiliteit), ontsteking van de huid door licht (fotoallergische reacties) en een gemakkelijk te beschadigen huid. Tijdens de behandeling met Roaccutane kan een enkele keer haaruitval (reversibele alopecia) optreden. Dit is niet verontrustend. De haaruitval is van voorbijgaande aard en na het beëindigen van de behandeling wordt de haargroei weer normaal.  

Spier- en skeletstelsel 

  • Spier- en gewrichtspijn, gewrichtsontsteking (artritis), peesontsteking. Botafwijkingen zijn waargenomen (bij kinderen o.a. vroegtijdige sluiting van de groeischijf). Kalkafzetting in bindweefsel en pezen.  

Zenuwstelsel

  • Gedragsstoornissen, depressies, poging tot zelfmoord, goedaardige verhoogde bloeddruk in de hersenen (pseudotumor cerebri), hoofdpijn, stuipen.  


Zintuigen

  • Lichtschuwheid (fotofobie), afnemend vermogen om in het donker te zien, troebeling in de ooglens (cararacta lenticularis), stoornissen in het gezichtsvermogen, ontsteking van het hoornvlies in het oog (keratitis), gehoorstoornissen, in zeldzame gevallen afwijkingen in het zien van kleuren.  

Maagdarmkanaal

  • Misselijkheid, ontsteking van de dunne en/of dikke darm en darmbloeding. Ontsteking van de alvleesklier gepaard gaande met heftige pijn in de bovenbuik uitstralend naar de rug en misselijkheid en braken (pancreatitis), vooral bij patiënten met een teveel aan vetzuren in het bloed.  

Lever

  • Voorbijgaande verhoging van bepaalde leverenzymen (transaminasen) en enkele gevallen van leverontsteking (hepatitis) gepaard gaande met geelzucht (gele verkleuring van huid of ogen).

 Luchtwegen

  • In zeldzame gevallen benauwdheid door kramp van de spieren van de luchtwegen (brochospasmen); soms bij astmapatiënten.  

Bloed

  • Daling van het aantal rode- en witte bloedcellen, bloedarmoede, toename en afname van het aantal bloedplaatjes.


Laboratoriumwaarden

  • Verhogingen van vetzuren en cholesterol in het bloed kunnen voorkomen. Deze veranderingen traden vooral op bij hogere doseringen en bij daarvoor gevoelige patiënten (vetstofwisselingsstoornissen in de familie, suikerziekte, zwaarlijvigheid of alcoholmisbruik). Deze veranderingen zijn dosisafhankelijk en de waarden worden weer normaal bij een verlaging van de dosering of het stoppen van de behandeling. Verhoging van suiker in het bloed en suikerziekte (diabetes) zijn enkele keren voorgekomen. Teveel urinezuur in het bloed (hyperurikemie) zoals bij jicht. 

Afweersysteem

  • Plaatselijke of algemene infecties. 

Diversen

  • Aandoening van de lymfeklieren (lymfadenopathie), bloed of eiwitten in de urine (hematurie of proteïnurie), ontsteking van de kleine bloedvaten in de huid (allergische vasculitis) soms gepaard met een aandoening van de luchtwegen en de nieren (Wegener-granulomatosis), overgevoeligheidsreacties, nierontsteking (glomerulonefritis). In geval er bij u een bijwerking optreedt die niet in deze bijsluiter is vermeld of die u als ernstig ervaart, informeer dan uw dokter of apotheker.


http://www.roche.nl
Copyright 2001-2005 - Roche Nederland BV